Case Study: IN FINE

Inge Snijders maakte ingrijpende en intieme documentaire.

Inge Snijders maakte de indringende documentaire IN FINE, over drie personen die oog in oog hebben gestaan met de dood. De regisseuse vertelt over het maakproces van de film.

“Wat doe je als de dood in de bloei van je leven op de deur klopt?”

Het idee

“Het idee is vrij organisch gekomen. Mijn broertje heeft een tijd geleden een ongeluk gehad in het verkeer. Hij was door het oog van de naald gekropen en de dood was heel dichtbij gekomen. De confrontatie met de dood in een fase in zijn leven die zo vol was met leven (school, vriendjes, hobbies), was heel moeilijk. Ik zag zijn worsteling van dichtbij en ik merkte ook dat er rond dit thema toch nog veel taboe heerst.”

“Ik werkte op dat moment bij een productiehuis in België. Zij waren bezig met de opstart van een nieuw programma, waar jonge makers de kans kregen om een korte docu te maken. Je mocht alles maken, maar het moest een sterke persoonlijke link hebben met de maker zelf. Toen ik op een vergadering hoorde van deze opstart, voelde ik direct dat ik dat heel graag zou willen doen en dat ik ook al een idee had.”

“Ik mocht mijn idee komen pitchen, eng vond ik dat, juist omdat het onderwerp zo persoonlijk is. Ik had op dat moment ook al uitgedacht hoe ik het wilde vorm geven. Ik kwam dus aan op die bespreking met een moodboard en een heel dossier. Ik wilde werken met een surrealistische witte wereld. Een geïsoleerde wereld. Ik wilde met voice-overs werken en animatie.”

Zoektocht

“Het moeilijkste leek mij het vinden van mensen die geconfronteerd werden met de dood en daar openlijk over wilde praten. Ik ben met verschillende instanties, vzw’s en ngo’s gaan praten. Uiteindelijk vond ik drie verschillende mensen. Elke, Veerle en Peter. Alledrie hadden zij van hun dokters te horen gekregen dat ze niet meer te genezen waren. En alledrie zaten ze in drukke periodes in hun leven; kleine kinderen, studeren of werk.

“Elke had op het moment van haar diagnose nog een heel klein zoontje van een jaar, naast haar twee andere zonen. Ik vond het spannend om bij hen binnen te stappen en hen allemaal zeer intieme vragen te stellen. Soms waren het vragen waar ze met hun familie of partner nog niet over hadden durven spreken. Tegelijk voelde ik ook dat het misschien wel fijn kon zijn, om er met iemand over te spreken die wat verder weg stond.”

“Ik nam deze gesprekken enkel op in audio. Sommige gesprekken duurde lang. Bij een persoon ben ik twee tot drie keer terug gegaan. Na afloop van deze gesprekken had ik enorm veel audio materiaal. Dit moest ik nog in een lopend verhaal zien te gieten van 7 minuten. Dat was een uitdaging.”

Draaidagen

“We hadden drie, zeer volle, draaidagen gepland. Eentje in een theaterzaal waar ik een enorm doek voor had gehuurd, zodat we een witte oneindige ruimte konden maken. Ik werkte samen met Ivan Pelemans die licht deed en Bram van Roy die de camera deed. We hadden alles van te voren goed doorgesproken, waardoor ik me op de draaidag zelf helemaal op Veerle, Elke en Peter kon focussen.”

“Doordat ik zelf een acteeropleiding heb gedaan, probeerde ik een aantal oefeningen met hen te doen die ik daar geleerd had. Een beetje bizarre oefeningen soms. Maar oefeningen om hun wat meer op hun gemak te stellen en ook oefeningen om wat meer in hun lichaam (in plaats van in hun hoofd: ‘ik word gefilmd’) te komen. De andere draaidagen waren in ziekenhuizen en klinieken. Het plan was om heel duidelijk lege ruimtes te tonen om zo het geïsoleerde gevoel over te brengen.”

“Het zoeken naar de juiste animatie bleek moeilijk. Ik werkte samen met twee pas afgestudeerde animators. Ze hadden allebei een hele andere en eigen stijl. En ze waren erg zoekend naar welke stijl ik bedoelde en hoe ze dat het beste moesten aanpakken. Uiteindelijk ben ik zelf ook beginnen animeren. Ik wist er niks van en ik ben zeker geen groot tekentalent. Maar het was een hele leuke ervaring om zo bezig te zijn met een film maken. Ik heb er veel van geleerd.”

Montage

“Bij de montage hebben Erika de Korte en Lennart Querter me geholpen. Erika voor de verhaallijn en Lennart voor alle special effects en afwerking. Lennart woonde op dat moment in Amsterdam. Ik woon in Brussel dus ik ben naar hem toe gegaan met de trein voor een paar dagen en we hebben non stop gewerkt tot het af was. Intens was het, ook omdat ik op dat moment in het laatste trimester van mijn zwangerschap zat en ik de trappen in zijn huis opeens erg hoog vond.”

“De sound design heeft Thomas Vertongen gedaan. Het was belangrijk om de juiste atmosfeer te creëren waar de personages zich in bevonden. Geïsoleerd, vreemd en onwennig. Ik had nog nooit zo gewerkt en ik vond het erg interessant. De muziek was moeilijk om te vinden. Het mocht niet te overheersend zijn of te dramatisch. Ik wilde de dood niet iets engs maken. Dat zou tegen de verhalen van de personages in gaan.”

“John Smets, mijn man, is gaan experimenteren op de piano. Hij is een groot muziek talent (maar doet daar eigenlijk te weinig mee) en speelt verschillende instrumenten. We werkten samen om de juiste ‘toon’ te vinden. Met dit idee zijn we naar Mark Putz van Cosmic Orchestra gestapt. Hij heeft ons super geholpen en we hebben daar een hele leuke, leerzame en muzikale dag gehad. Hij wist al heel snel wat we zochten en heeft de juiste zeer subtiele sound gevonden. Tegen die tijd was mijn buik wel heel erg rond en trapte de kleine in mijn buik mee met de muziek. De juiste toon was gevonden.”

Andere content