Filmlessen van George Sluizer

Regisseur en producent George Sluizer (1932-2014) maakte in de jaren zeventig en tachtig furore in Nederland én het buitenland met films als Joao en het Mes (1972) en Spoorloos (1988), en regisseerde zelfs enkele films in Hollywood (The Vanishing, Dark Blood). Voor cineast Rudolf van den Berg (Tirza, Süskind) is Sluizer een soort ‘leermeester’. Wat zijn volgens Van den Berg de belangrijkste filmessen van Sluizer?

“Uitleggen hoort niet in film, dat is voor schooltelevisie.”

Les 1

“Zonder George had ik mijn eerste film nooit gemaakt, en was me dat wel gelukt, dan was ik ongetwijfeld op mijn bek gegaan,” vertelt Van den Berg. “Ik heb ontzettend veel van hem geleerd. Het belangrijkste: probeer nooit aardig gevonden te worden. Gewoon je zin doordrammen en laten merken als iets je niet bevalt. Dat moet ook wel, want op zo’n filmset gebeurt nogal wat. Iedereen wil wat en heeft een mening.”

Les 2

“Daarnaast heeft hij me iets heel wezenlijks geleerd: verplaats de camera niet voordat het nodig is. Dat wil zeggen: ga niet knippen zolang iets treffend wordt weergegeven, knip niet voor er geknipt hoeft te worden. Tegenwoordig wordt er alleen nog maar geknipt, geknipt en nog eens geknipt. Voor je een shot in je hebt opgenomen, is het alweer weg. Alleen maar om tempo te maken en een suggestie van spanning en dramatische lading op te wekken. Om goed, verrassend en adequaat te vertellen, is dat niet nodig.”

Les 3

“Een derde belangrijke les is dat de je de compositie van een scène vooraf uit moet denken, en niet pas in de montagekamer. Voordat je begint met draaien moet je weten wat je met die bepaalde scène wilt vertellen en waar hierin het kernmoment ligt – waar draait het in de scène om? Tijdens het draaien van Bastille (1984) vroeg hij me elke avond al naar mijn composities voor de komende dag, terwijl ik alleen maar doodmoe op bed wilde liggen na een hele dag draaien. George dwong me ertoe op papier te zetten hoe ik die scène(s) wilde draaien. Hij houdt gewoon ontzettend van film. Hij hield als producent net zoveel van de film als ik. Het was een feest om met hem te werken, niet altijd makkelijk, maar altijd inspirerend.”

Joao en het Mes

“Mijn favoriet van Sluizer is Joao en het Mes (1972). De kracht van Joao ligt in het feit dat er over elke scène is nagedacht. Elk shot is uitgedacht. Draaien we shot-tegenshot? Filmen we het in een totaalshot? Zetten we de camera op een statief of nemen we hem op de schouder? Elke beslissing heeft een functie, het is niet zomaar loze esthetiek. De films van George zijn altijd gemaakt volgens een dramaturgisch principe. George weet wat hij filmt. Je voelt de passie waarmee de film gemaakt is, de passie om jou een verhaal te vertellen en waarom op deze manier. Er gaat liefde vanuit voor het onderwerp en voor het vak.”

“Joao zit vol met schitterende totaalshots en shots waarin de camera een heuse choreografie heeft. Een goed totaalshot filmen is misschien wel het moeilijkste dat er is. Je gaat als kijker het beeld screenen en zoeken naar waar de betekenis ligt. Dan is het de kunst van de maker om subtiel je aandacht te trekken. Uitleggen hoort niet in film, dat is voor schooltelevisie.”

Televisie versus Film

‘Het probleem is dat nieuwe, jonge filmmakers opgroeien met televisie, waar vooral registrerend verteld wordt, in plaats van cinematografisch. Er zijn zoveel middelen van expressie die ongebruikt blijven als je de taal van televisie spreekt – zoals het gebruik van speciaal licht, de keuze een acteur van achter te filmen terwijl je juist verwacht en wilt dat je zijn gezicht ziet – en niet de taal van de cinema. Dat is het verschil tussen ‘gewoon ergens naar kijken’ of iets tot uitdrukking willen brengen.’

Andere content