De geschiedenis van het Gouden Kalf

Wie in september wel eens door de Utrechtse binnenstad fietst en de Stadsschouwburg passeert, valt het waarschijnlijk niet eens meer op, het glimmende Gouden Kalf dat voor de deur van de schouwburg bivakkeert. Het enorme kunstwerk, ontworpen door beeldend kunstenaar Theo Mackaay en een uitvergrote versie van de filmprijs Het Gouden Kalf, is nu al niet meer weg te denken uit het Utrechtse stadsbeeld.

“Hoe het wankele Kalf een vertrouwd en gewaardeerd onderdeel van de Nederlandse (film)wereld werd.”

De Nederlandse Filmdagen

In 1981 nam cineast Jos Stelling (Mariken van Nieumeghen, Duska) het initiatief voor de Nederlandse Filmdagen. Eens per jaar moest filmend Nederland bij elkaar komen om elkaars werk te bekijken en met elkaar te discussiëren. Al snel ontstond echter een grote publieke interesse, waardoor het Festival zich in de loop der jaren meer en meer begon te richten op het Nederlandse filmpubliek. Sinds 1994 spreekt men niet meer van De Nederlandse Filmdagen, maar Het Nederlands Film Festival. Sinds de eerste editie van de Nederlandse Filmdagen worden jaarlijks meerdere Gouden Kalveren, de ‘Nederlandse Oscars’, uitgereikt. Ook is er vanaf 1994 jaarlijks een zogenaamde ‘Gast van het jaar’.

1981: de eerste editie

De eerste Nederlandse Filmdagen vonden plaats van 24 tot en met 30 september 1981 in drie zalen van filmtheater ’t Hoogt. Inmiddels is het Festival één van de grootste media-evenementen van de laatste jaren en blijven filmvertoningen, discussies, retrospectieven en prijsuitreikingen niet beperkt tot één locatie, maar staat de gehele Utrechtse binnenstad in het teken van de Nederlandse Film. De eerste editie moest het stellen met een kleine honderd filmvertoningen, waarvan slechts enkele premières. Het komende Nederlandse Film Festival verwelkomt ruim vierhonderd films, waarvan zo’n honderd titels voor het eerst op het grote doek te zien zullen zijn. Daarnaast verzorgt de organisatie een nagenoeg doorlopend programma op meer dan vijftien verschillende locaties.

Nog enkele feitjes over de eerste editie:

  • Openingsfilm: Het Meisje met het rode Haar.
  • Slotfilm: Twee Vorstinnen en een Vorst.
  • Er werden zes Gouden Kalveren uitgereikt. Beste lange speelfilm (Het Teken van het Beest), Beste korte film (Spurs of Tango), Beste acteur (Rutger Hauer), Beste actrice (Marja Kok), Vakprijs geluid (Kees Linthorst) en de Cultuurprijs (J.G.J. Bosman).
  • De geldprijzen die de Kalveren vergezelden varieerden van 2400 gulden tot 5600 gulden.
  • De Gouden Kalveren jury bestond uit: H.J. Knopper, Remco Campert, Jan Vrijman, Ine Schenkkan, Harry Kümel, Jeroen Henneman, Frank Zichem en Mischa de Vreede.
  • De prijs van de Nederlandse Filmkritiek ging naar Het Meisje met het rode Haar.

Het Gouden Kalf

In opdracht van Jos Stelling ontwierp beeldend kunstenaar Theo Mackaay in 1980, in navolging van de Gouden Beer (Film Festival van Berlijn) en Gouden Leeuw (Film Festival van Venetië), een Gouden Kalf, de filmprijs van het Nederlands Film Festival. Het beeld is 33 centimeter hoog en in brons gegoten. Stelling dacht in eerste instantie aan een vuurtoren, maar veranderde van gedachte na een gesprek met regisseur Wim Verstappen. Stelling later in een interview met 3voor12:

‘Je had leeuwen in Venetië, je had beren in Berlijn en je had eekhoorns in godweetwaar. Dus wat was logischer dan een kalf in Utrecht? Oké, een koe is logischer, maar dan krijg je van die grappen over ouwe koeien die uit de sloot worden gehaald. Bovendien zijn koeien uitgesproken dom en kunnen kalveren nog illusies hebben. Een kalf is onschuldig en, belangrijker, kan van goud zijn.’

Bambi

Aan Theo Mackaay, destijds achtentwintig jaar jong en pas afgestudeerd, de dankbare taak het Kalf te ontwerpen. Stelling dacht aan een Kalf met de allure en grootsheid van een Oscar, een combinatie die op voorhand menige wenkbrauwen heeft doen fronsen. Het Kalf moest bovendien in één hand passen en makkelijk op te tillen zijn, zodat het triomfantelijk de lucht in kon worden gestoken als men er een gewonnen had.

Het eerste ontwerp had te lange poten, en leek volgens Stelling te veel op Bambi. De regisseur besloot zelf wat te gaan sleutelen aan het eerste probeersel en kwam op het idee de poten wat uit elkaar te zetten, “want zo staat een pas geboren kalf, wankelend wijdbeens.” Mackaay ging aan de slag. Jaren ging het goed en leek het Kalf haar plaats gevonden te hebben, tot van meerdere kanten de klacht kwam dat de prijs door haar marmeren voet te zwaar was. Monique van de Ven werd bijna achterovergeslagen toen ze het Kalf uit vreugde boven haar hoofd wilde houden en Fons Rademakers liet zelfs officieel optekenen dat hij de prijs in de toekomst zou weigeren als hier niet iets aan gedaan zou worden.

En zo geschiedde. De marmeren voet verdween, de geschiedenis denderde voort. Het Kalf won aan prestige, werd wel eens vergeten tijdens een afterparty, verdween in de goot of werd uit een taxi gesmeten, maar stiekem genoten de winnaars er allemaal van. Stelling: “Het Gouden Kalf is volwassen geworden, de meest karakteristieke cultuurprijs van Nederland. Gehaat en geliefd. Gekoesterd en weggesmeten.”

Over de auteur

Guido Franken

Guido Franken (1988, Brunssum) behaalde zijn Master ‘Film en Televisie’ aan de Universiteit Utrecht. Naast zijn werk als producent van korte films, documentaires en animaties is hij oprichter van NeerlandsFilmdoek.nl, drijvende kracht achter CineSud en sinds 2016 Limburg Film Commissioner. Tevens is hij festivaldirecteur van Euregion Shorts Film Festival en SHIFT Film Festival.

Andere content