In gesprek met The Windmill Massacre-regisseur Nick Jongerius

Nick Jongerius produceerde Dood eind (2006) en gooit momenteel hoge ogen met zijn horrorfilmdebuut The Windmill Massacre. In Nederland, maar ook over de grens. Met Halloween en het Day of Horror-filmevent in de aantocht, zagen we een uitgelezen moment om de regisseur te spreken. Over zijn eigen film én Nederland als horrorfilmlandschap.

Molens

Een première tijdens het Nederlands Film Festival, een screening tijdens het Britse FrightFest Festival én een release in de VS: dat zijn mooie berichten over The Windmill Massacre!

“Ik mag zeker niet klagen! Ik kom net terug van de Telluride Horror Show, de Sundance onder de horrorfestivals zeg maar. Het was ontzettend leuk om mee te maken én goed voor de film om daar met journalisten en bloggers te spreken. En hij wordt goed ontvangen, dat is ook heel fijn.”

Had je anders verwacht?

“We hadden er wel op ingezet om de film zo groot mogelijk uit te brengen; hij is daarom ook bewust Engelstalig. En als je dan ziet dat je regiedebuut aanslaat en wordt opgepakt, dan is dat natuurlijk helemaal te gek! Helemaal omdat we ook geprobeerd hebben de film een unieke twist te geven. Iets meer lagen in het verhaal en onvoorspelbare elementen om het horrorminnende publiek te verrassen.”

“Nederland een horrorland? Daarvoor is meer durf van exploitanten en tv-zenders nodig om écht voor het genre te gaan staan.”

Het verhaal voor The Windmill Massacre was geïnspireerd door je eigen angst voor molens; ben je daar inmiddels van af?

“Haha, ik ben er nu wel officieel klaar mee ja. Gelukkig maar, want of ik nu door Telluride rijd, of door Frankrijk; ze ‘achtervolgen’ me overal.”

Horror

Hoe grote horrorfanaat ben je eigenlijk?

“Als kijker niet echt. Al ben ik wel groot fan van filmmakers als Nicolas Winding Refn en Guillermo del Torro. The Neon Demon, The Devil’s Backbone, Pan’s Labyrinth: dat zijn echt te gekke films waarin ze horror indrukwekkend combineren met andere genres en heel stijlvolle eigen stempels en adaptaties. Het horrorgenre fascineert me echter nog meer als maker. Ik heb er volgens Daniël Koefoed, een van de producenten, ook echt een soft spot voor.”

Waar zit dat hem in?

“Mijn hart gaat er wat sneller van kloppen, het is niet realistisch en dus te gek én uitdagend om te maken. Dat terwijl ik zelf echt een enorme bangeschijter ben, best tegenstrijdig… Of juist niet; misschien werkt het maakproces wel een beetje therapeutisch.”

Waar moet een goede horrorfilm volgens jou minstens aan voldoen?

“Goede vraag, en een moeilijke ook. Een echte formule is er namelijk niet, denk ik. Er zijn verschillende elementen die perfect moeten samenvallen, en daarbij kan ook zoiets als een momentum een grote rol spelen. Maar een zekere originaliteit vind ik een belangrijk vereiste. Of je nu een heel brute of heel spannende film maakt. Een horrorfilm spreekt me bovendien heel erg aan als ik als kijker voel dat het met passie en liefde gemaakt is, en niet alleen om commercieel te scoren.”

Nederland horrorland

Horror is misschien leuk om te maken, maar in Nederland niet heel makkelijk. Hoe kreeg jij het voor elkaar?

“Het is inderdaad lastig om met horror echt voet aan de grond te krijgen in Nederland. Je financiering rond krijgen is daardoor ook extra lastig. Wij hebben natuurlijk ingezet op Engelstalige film. Zo waren we niet alleen afhankelijk van de Nederlandse distributie, en konden we ook de internationale markt bedienen. Mijn geluk is daarnaast de waanzinnig goede filmproducent Daniël Koevoed die veel betekende voor de financiering. De concept teaser die we in 2013 voor The Windmill maakten, deed bovendien ook veel. Die werd goed ontvangen en wekte belangstelling onder internationale distributeurs en sales agents.”

Is de film ook met Nederlands geld gefinancierd?

“Het meeste is afkomstig uit de Verenigde Staten en ook een aantal andere landen. Maar het Filmfonds deed wel een belangrijke bijdrage met de Film Production Incentive, een belastingregeling.”

Financiering

Dick Maas had voor zijn nieuwe film Prooi minstens 3 miljoen nodig…

“Met de films die hij maakt, snap ik dat ook wel; de stunts, locaties, zijn manier van filmen… dat bedrag hebben wij niet gehaald. Er zit bij ons welgeteld één stunt in de film, een bus die omvalt. Ons budget werd meer gespendeerd aan de grime bijvoorbeeld. Hoeveel de film precies heeft gekost? Ik moet je eerlijk zeggen dat ik dat echt niet weet. Maar wel dat we moesten roeien met de riemen die we hadden.”

Hoe deden jullie dat?

“Door echt het maximale eruit te halen en creatief om te gaan met de draaidagen en schema’s bijvoorbeeld. En dat lukte goed. Ik sta wat dat betreft honderd procent achter hetgeen wat we hebben neergezet. Concessies zijn aan de film niet af te zien.”

Je stipte eerder al aan dat horror lastig voet aan de grond krijgt in Nederland. Zie je dat nog weleens veranderen?

“Nou, wat dat aangaat was ik heel benieuwd hoe Prooi het zou doen. Dick heeft eerder namelijk laten zien dat het in Nederland mogelijk was om horrorsuccessen te behalen. Ik denk dat vooral het type horror uitmaakt of het in Nederland aanslaat of niet. Het zijn voornamelijk de ‘scare-films’ als Ouija: Origin of Evil die het goed doen. Horror voor een breder publiek; waar je met een nieuw vriendje of vriendinnetje naartoe kan om lekker tegenaan te kruipen tijdens de schrikmomenten. De stevigere horrors, zoals die van ons, zullen waarschijnlijk kleinere aantallen behalen.”

Liggen daar ook andere factoren aan ten grondslag?

“Nou, mede belangrijk voor de ontwikkeling van horror in Nederland, is ook de durf van bioscopen, exploitanten en tv-zenders om er écht voor te gaan staan. Dat zou zeker kunnen bijdragen.”

Je hebt voor je film trouwens een paar acteurs weten te strikken met heel aardige cv’s: Noah Taylor bijvoorbeeld, die onder andere rollen vertolkt in Game of Thrones en Peaky Blilnders.

“Een paar weken in Amsterdam verblijven, maakte het voor sommige acteurs al heel aantrekkelijk om mee te doen haha! Maar we hebben de cast grotendeels te danken aan de fantastische casting director Daniel Hubbard, die internationaal een goede reputatie heeft. Zijn vader is ook een goede bekende in die wereld; hij deed onder andere de casting voor de Lord of the Rings-films. Wordt een acteur door Daniel benaderd, dan weet hij of zij dat het goed moet zitten. En dat werkte erg in ons voordeel. Noah Taylor vond bovendien het lookbook dat we hadden gemaakt heel interessant. Ik ontmoette hem in Engeland en het klikte direct. Het was echt geweldig om hem erbij te hebben; van zo’n acteur kun je als debuterend feature film-regisseur veel leren.”

Tip

Een filmacademie-student met grote ambities om horrorfilms te maken, leest dit interview. Wat zou je hem of haar willen meegeven?

“Ga ten eerste creatief om met je budget. Maar nog belangrijker is denk ik de bereidheid om tot het gaatje te gaan. Om succes te behalen zul je alles opzij moeten willen zetten, zelfs met de wetenschap dat het je misschien niet lukt. Maar die drive, je ziel en zaligheid erin willen leggen, is echt van belang. Toen ik deze film wilde maken, heb ik ook vaak genoeg gehoord dat het me niet zou lukken. Het vereist doorzettingsvermogen om je daar niets van aan te trekken en trouw te blijven aan hetgeen dat je wilt maken. Maar echt: ga er vooral voor en zoek die grenzen op. Is er in Nederland misschien niet een massapubliek, dan zijn er genoeg liefhebbers en festivals in de wereld waar je film misschien wel aanslaat.”

Over de auteur

Noa Johannes

Noa Johannes komt uit Amsterdam en is al zo lang ze zich kan herinneren een groot filmliefhebber. Noa werkt sinds 2009 met veel plezier als redacteur voor de Dagkrant van het Nederlands Film Festival en verzorgt q&a’s op het IDFA. Naast haar dagelijkse werk als filmredacteur bij NPO3.nl, is ze ook actief als freelance filmjournalist voor onder andere CineSud en Blueberry Dynamic. Haar grootste passie is haar eigen filmblog IheartCinema: hierop publiceert ze samen met haar team interviews met filmgeeks én filmprofessionals, achtergrondverhalen en items over de leuke events uit de wereld van arthouse en popcorn.

Andere content