Horen is geloven

Peter Warnier neemt je mee achter de schermen van de mega-geluidsstudio waar o.a. Redbad werd opgenomen en gemixt.

Aan ambitie geen gebrek bij de makers van Redbad. Dat is vanaf deze week in het historische epos niet alleen terug te zien, maar ook te horen. In de Amsterdamse Houthavens werd bij WarnierPosta vier maanden lang aan het geluid gewerkt. Directeur Peter Warnier leidde ons rond door zijn nieuwe gebouw, dat naast verschillende studio’s een volwaardige Dolby Atmos-zaal heeft om in te mixen.

“Voelde je je broekspijpen heen en weer gaan? Waanzinnig systeem.”

Redbad

“Ik heb nu wat ik altijd al wilde”, vertelt Warnier over het gebouw dat afgelopen november werd opgeleverd. Aan het begin van de jaren 90 rolde de oud-bassist de wereld van filmgeluid in, om vervolgens zijn bedrijf steeds verder uit te bouwen. Inmiddels stromen professionals uit binnen- en buitenland af op het mega-pand aan de Koivistokade. “Onze opdrachtgevers zijn producenten, maar er zijn ook collega-sounddesigners die hier een studio huren. We doen heel veel internationale coproducties, zoals Cannes-films Donbass en Girl. Daarnaast komt er steeds meer vraag naar dramaseries zoals Klem. En er zijn natuurlijk de Nederlandse films. Redbad is de grootste productie die we ooit hebben gedaan, qua complexiteit, aantal sporen en de speelduur van twee uur en veertig minuten.”

Daar willen we natuurlijk meer over weten. Warnier neemt plaats achter een groot mengpaneel in een van z’n ruime geluidskamers en laat de gevechtsscène zien waar hij aan werkt. Redbad mag voor onze bioscopen helemaal af zijn, voor het buitenland moet de film ook nog klaargemaakt worden voor nasynchronisatie. “Voor die internationale band wil je alles in lagen hebben”, legt Warnier uit. “ We halen de dialogen weg en moeten die soms nog opvullen met andere geluiden. Zelfs de voetstappen moeten losse lagen zijn. Voor de mixage hadden we vijf systemen aan elkaar hangen met in totaal ongeveer tweeduizend tracks.”

Hij selecteert om beurten verschillende lagen om het verschil duidelijk te maken. Eerst een stuk met alleen muziek, dan dezelfde scène met puur het gejoel van een menigte, dan weer uitsluitend regen en wind, of trappelende paarden. “Dit heet de M&E, de band voor muziek en effecten”, vertelt Warnier. “Op de set neem je eigenlijk alleen beeld en dialogen op. Plus nog een aantal wild-geluiden als dat kan, zoals die paarden. Maar redelijk veel dialogen moesten in de studio opnieuw worden ingesproken, omdat er heel heel veel met regen werd gewerkt en je het geluid van de set dan niet meer kunt gebruiken. Voor dat ‘dubben’ zijn twee manieren. De een is via ADR, waar acteurs het exacte moment kunnen zien waarop ze moeten beginnen. De ander noemen we ‘papegaaien’. Dan laten we de originele dialoog horen en zeggen acteurs het een paar keer na, waarop wij de beste take kiezen en eronder leggen.”

Traditie

En dan te bedenken dat dit slechts het staartje is van de monsterproductie. Eerder in het proces kwam de Franse foley artist Julien Naudin (o.a. Three billboards outside Ebbing, Missouri en vaste kracht bij Lars von Trier-films) naar WarnierPosta om alle geluiden na te maken die op de set niet konden worden opgenomen. “Ik werk graag met de Fransen”, vertelt Peter Warnier. “Ze doen het daar al honderd jaar. Films in Frankrijk moeten altijd in het Frans worden uitgebracht, en omdat je vroeger nog geen M&E kon aanleveren, moest ál het geluid nagemaakt worden. Ze hebben dus een lange traditie. Julien Naudin leerde het van z’n vader, het gaat van generatie op generatie. Door met al die internationale mensen te werken, word je zelf ook weer beter. In Nederland is altijd alles ondertiteld geweest, dus hadden we niet de noodzaak om geluiden na te maken.”

Inmiddels gebeurt dat volop. Warnier loopt voorzichtig de foley stage binnen waar Bianca Steenhagen met haar vaste partner Herman Piëete bezig is aan de Noorse dansfilm Battle. Er hangt een microfoon boven een stukje laminaatvloer, daarnaast ligt een koffer vol verschillende schoenen. De bewegingen van dansers die op een groot scherm te zien zijn, moeten immers zo natuurgetrouw mogelijk klinken. Steenhagen: “Ik heb drie koffers met schoenen, vier met props, twee koffers met ijzerwaren, eentje met papieren en mappen, eentje met glas. Daarnaast kun je verschillende vloertjes gebruiken, bijvoorbeeld grind, gras of zand. Voor sneeuw gebruik je zout met pakken maizena, zodat je dat knerp-geluid krijgt.”

Net een ouderwets hoorspel dus, alleen dan alles precies goed getimed met de film. Sounddesigner Pieëte (Gouden Kalf voor Brimstone) legt uit wat er zo belangrijk is aan foleyen. “Je hebt een gigantische effecten-library waar je in principe alles uit kunt halen wat je wilt, maar het grote voordeel van foley ten opzichte van die bestaande effecten is dat je gevoel kunt leggen in de performance van een geluid. Loopt iemand bijvoorbeeld kalm, of juist niet? En een kopje kun je op honderd manieren neerzetten, daar leg je emotie in.” Warnier trekt intussen een gordijn achterin de ruimte open, om een deur zonder opening te laten zien. Steenhagen: “Ook die wil je op verschillende manieren dicht kunnen slaan, dat haal je niet zomaar uit een bibliotheek.”

Om alle geluiden van Battle na te maken zijn Steenhagen en Pieëte in totaal acht dagen bezig. “Deze film is wat moeilijker omdat er veel dansscènes in zitten”, legt Steenhagen uit. “Breakdancers die allerlei ingewikkelde bewegingen maken. Dat boots ik dan wel alleen na met m’n handen of knieën. Zelf hier op m’n hoofd rondtollen zie ik niet zo snel gebeuren!”

Dolby Atmos

Intussen is het lunchtijd, dus heeft de Finse regisseuse Selma Vilhunen even pauze genomen van haar tienerdrama Stupid Young Heart en kan Warnier zijn paradepaardje laten zien. De ruimte die speciaal door Dolby is gebouwd, lijkt op een normale bioscoopzaal, alleen dan met slechts één rij stoelen en wederom een groot mengpaneel met verschillende controleschermen. En niet te vergeten: het beste geluidssysteem dat er te krijgen is.

Dolby Atmos heeft niet alleen rijen speakers achter het bioscoopscherm en aan de zijkanten van de zaal, maar ook aan het plafond. “Daarnaast kun je nu één geluid per speaker rondsturen”, legt Warnier uit. Op zijn scherm is een virtuele versie van zijn zaal te zien, waar gele balletjes ronddansen op de plekken waar de muziek vandaan komt. De zangstem draait van linksvoor in een cirkel om je heen. Met de volgende demo test Warnier de plafondspeakers om regen realistisch na te bootsen.

“Het Mayer-systeem voor de speakers is ook echt te gek”, vertelt de geluidsfanaat. “De subwoofers liggen helemaal in het beton gegoten zodat ze geen kant op kunnen en alleen maar lucht in beweging kunnen brengen. Ik zal even een voorbeeld geven.” Warnier zet de trailer van ruimtefilm Gravity aan en we snappen meteen wat hij bedoelt. Het geluid cirkelt rond van speaker naar speaker en de lage tonen dreunen door je ribbenkast. “Voelde je je broekspijpen heen en weer gaan? Waanzinnig systeem.”

 

Foto’s: Maarten Treurniet

Over de auteur

Fabian Melchers

Fabian Melchers (Uithoorn, 1987) volgde Film- en Televisiewetenschap met een minor in Journalistiek en behaalde een Master in Mediastudies.

Tijdens en na zijn studie schreef hij samen met CineSud-frontman Guido Franken uitvoerig over Nederlandse films voor de website www.NLFilmdoek.nl. Momenteel schrijft hij naast CineSud voor De Telegraaf en FilmTotaal.

Andere content