Reinier Selen: “Door Cannes-selectie ziet iedereen je film”

Rinkel Film-producent is met Rafiki onderdeel van hoofdcompetitie Cannes.

Het meest prestigieuze filmfestival ter wereld staat voor de deur, dus is producent Reinier Selen zoals gewoonlijk zijn koffers aan het pakken. Dit jaar is hij echter niet alleen in Cannes voor tientallen afspraken met internationale collega’s, maar ook omdat hij een aandeel heeft in de officiële selectie. Het Keniaanse Rafiki draait mee in Un Certain Regard. We blikten vast vooruit met de producent uit Venlo.

“De laatste jaren wil ik liever films maken die ingewikkelde thema’s aansnijden, maar ook een zo breed mogelijk publiek aanspreken.”

Trots

Trots is Selen. Van de vierduizend inzendingen wordt er steevast slechts een fractie voor het hoofdprogramma van Cannes gekozen, en daar bleek het liefdesdrama Rafiki bij te zitten. De tweede keer is het dat de Rinkel Film-producent een film aan de Franse Côte d’Azur heeft draaien. En deze selectie is nog net even een stapje hoger. “The Other Side of Sleep werd in 2011 geselecteerd voor de Quinzaine des Réalisateurs, een van de bijprogramma’s in Cannes. Un Certain Regard hoort bij de hoofdcompetitie. We krijgen een rode loper-première in het hoofdgebouw en vooraf een persconferentie. Je weet dat iedereen je film ziet en erover gaat schrijven. Dat helpt weer met contacten leggen en onderhouden.”

En dat kan natuurlijk heel belangrijk zijn voor toekomstige projecten, weet Selen ook uit ervaring. Toen The Other Side of Sleep op het festival draaide, kon de volgende film van debutant regisseuse Rebecca Daly meteen worden gefinancierd. “Iedereen wist van haar eerste film, er lag een goed script klaar, het had dezelfde partners en het budget klopte; dan maak je het heel moeilijk voor financiers om nee te zeggen. Mammal hebben we daardoor heel snel rond gekregen.”

Dat balletje rolde weer verder door, want Mammal kreeg uiteindelijk een première op het Amerikaanse Sundance Festival. Ook geen verkeerde plek. Toch besloot Selen om Daly’s nieuwste film Good Favour aan zich voorbij te laten gaan. “Ik vond haar films te klein”, legt de producent uit. “Rebecca Daly wordt ontzettend goed ontvangen, maar bereikt een heel klein publiek. Zulke festivalfilms zijn goed voor je carrière en je naam, maar ik wilde wat breder gaan zitten.”

Nieuwe koers

Is er dan sprake van een nieuwe koers binnen Rinkel Film? “Ja, zo zou je het wel kunnen zeggen”, reageert Selen. “We hebben verschillende artistieke coproducties gemaakt, waarvan Nothing Personal vrij uniek was omdat dat zowel een festival-hit als een commercieel succes werd. De laatste jaren wil ik liever films maken die ingewikkelde thema’s aansnijden, maar ook een zo breed mogelijk publiek aanspreken. Het moet geen sensatie worden, maar ook niet uitsluitend gericht zijn op de intellectuele filmhuisbezoeker. Lucia de B. is daar een goed voorbeeld van.”

“Rafiki is wat dat betreft een veel toegankelijkere film, met maatschappelijk herkenbare thema’s”, gaat Selen verder. “Het gaat over een lesbische liefde in Kenia, waar dat strafbaar is. Eén meisje is de dochter van een burgemeesterskandidaat, de ander een dochter van zijn politiek tegenstander. Hun families gunnen elkaar het licht niet in de ogen, en daar komt dus nog bovenop dat het twee meisjes zijn die verliefd worden. Een heel herkenbaar – en eigenlijk heel eenvoudig – liefdesverhaal. Maar tegelijkertijd realiseer je je er ook door dat de vrijheid die wij in Europa hebben, helemaal niet zo gewoon is.”

Als co-producent leverde Rinkel Film twee crewleden voor Rafiki aan. Siddharta Barnhoorn werd als componist aangesteld, Elisabeth Hesemans als acteercoach en casting director. Verder was Wanuri Kahiu’s liefdesdrama in handen van de Zuid-Afrikaanse producent Steven Markowitz, al veertien jaar een bekende van Selen. “Bij een samenwerking als deze is het altijd aan zo’n hoofdproducent om je te betrekken”, vertelt de filmmaker. “Gelukkig deed hij dat ook veel. Het is bijvoorbeeld heel nuttig om anderen met de montage te laten meekijken. Als een bepaalde scène bloed, zweet en tranen heeft gekost, is het moeilijk om er als direct betrokkene nog echt kritisch naar te kijken. Ik kan dan veel makkelijker zeggen om welke redenen hij wel of niet werkt. Anderzijds heb je ook weer niet te veel afstand, want je leest steeds nieuwe scriptversies mee en weet uit ervaring dat je het maakproces ook kunt frustreren met verkeerde feedback op het verkeerde moment.”

Vroeg naar bed

Met zes festivaldagen op de planning, is Selen zijn tijd in Cannes inmiddels zo efficiënt mogelijk aan het indelen. Naast de grote première staan er onder meer afspraken rondom de vorderingen van Ben Sombogaarts Rafaël, en kunnen er mogelijke nieuwe deals worden gemaakt op de coproductiemarkt. “Tot nu toe is mijn agenda nog relatief rustig”, vertelt de Rinkel Film-producent. “Ik heb vijf à zes afspraken per dag staan. Fondsen organiseren daarnaast veel bijeenkomsten, en er zijn veel alumni-reünies van trainingsprogramma’s waar ik eerder aan mee heb gedaan. Ook ga ik dineren met de 10 talenten die CineSud meeneemt naar het festival. Overdag zijn het vaak meetings, ‘s avonds cocktails en biertjes. En dan vroeg naar bed, als je verstandig bent.”

Andere content