Shot in Limburg: Vaarwel

speelfilm, 1973, Guido Pieters

Limburg is niet alleen een bakermat van creatief (audiovisueel) talent, ook qua locaties valt er in onze provincie (en directe omgeving) veel moois en unieks te halen. De laatste jaren landen er steeds meer producties in onze regio en met de Production- and Location-guide voor de Euregio Maas-Rijn lanceerden we een initiatief om de regio ook internationaal op de kaart te zetten als interessant filmgebied. In de reeks ‘Shot in Limburg’ kijken we terug op film- en televisieproducties die de afgelopen decennia in onze provincie zijn geland.

1973: Vaarwel

Nadat de Limburgese cineast Guido Pieters veel lof oogstte met de korte films Allerzielen en Carnaval, die hij tijdens zijn studie op de Nederlandse Filmacademie maakte, vroeg de provincie Limburg hem een documentaire te maken. Deze zou een goed beeld van de provincie en haar inwoners moeten schetsen en er werd een budget van 10.000 gulden voor uitgetrokken. De Maastrichtse café-uitbater Jef Vliegen wist echter 300.000 gulden voor het project bij elkaar te sprokkelen, waarvan hij ruim 200.000 gulden voor eigen rekening nam. Vliegen overtuigde de regisseur om met dit geld zijn eerste lange speelfilm te realiseren. Samen met Ton Ruys ging Pieters vervolgens aan de slag. Uitgangspunt daarbij vormde het idee van Pieters om “de hele mensheid te projecteren aan de hand van het leven van één persoon.”

Samen bedachten ze het verhaal van de al eeuwenoude en onsterfelijke Noël. Deze voelt echter, na eeuwenlang met zijn hond door de wereld te hebben getrokken, in een modern winkelcentrum zijn einde naderen. Hierop blikt hij terug op een aantal periodes uit de geschiedenis en vraagt hij zich af wat nou eigenlijk de bedoeling van het leven is. Opmerkelijk is dat de regisseur zelf weinig affiniteit had met deze filosofisch aangelegde vraag, hij vond hem zelfs compleet overbodig: “het zou genoeg moeten zijn te realiseren dat we leven.”

De hoofdrol van de onsterfelijke Noël ging naar de Maastrichtse poppenspeler Pieke Dassen: “De opzet was een film die hem (Noël, red.) het eeuwige leven zou geven. Over wat zich in de oertijd in Maastricht kon hebben afgespeeld.” Producent Jef Vliegen had altijd al gemeend dat zijn vriend Dassen een goed acteur zou zijn en hoopte met deze film zijn gedachte bevestigd zien worden. Achter de camera stond Theo van de Sande, die met Vaarwel zijn (zelfstandig) cameradebuut maakte. De muziek werd verzorgd door de vermaarde Italiaanse componist Ennio Morricone. Anne-Wil Blankers verzorgde de begeleidende voice-over en Lex Goudsmit sprak de teksten van Dassen in.

Ontvangst

De pers was niet erg te spreken over Pieters’ debuut. Hooguit werd zijn filmische vermogen geprezen. Pieter van Bueren in De Telegraaf: “Het is geen goede film, maar toch. Er zit ontzettend veel in, er is ontzettend veel mis aan.” Producent Vliegen had te doen met de debuterende regisseur en hoofdrolspeler, die na het uitblijven van een bioscooproulement en de grotendeels slechte kritieken beide in een dip terecht kwamen.

De film werd ondanks de slechte Nederlandse kritieken wel op een aantal buitenlandse filmfestivals vertoond, waaronder die van London en Edinburgh. De reacties daar waren wat hoopgevender, maar echt indruk maakte Pieters ook internationaal niet. In Nederland was de film te zien op het filmfestival van Arnhem en werd de film op vrijdag 26 oktober 1973, in Zienema Oktopus in Amsterdam, voor het eerst vertoond.

Regisseur Guido Pieters: “Aan de mooie muziek heeft het debakel van Vaarwel nooit gelegen. De film heeft op vele festivals gedraaid waar het vertonen van de film zelf al een prijs was; in Toronto Canada en op het Londen Filmfestival bijvoorbeeld. Vaarwel had slechte publiciteit, draaide een week in de Movies in Amsterdam en had, echt waar, dertien bezoekers. Ik wilde toen, en nu nog steeds, films maken voor een groot publiek. Mijn motto is en was: een film is geen film zonder publiek. Zonder publiek bestaat een film uit een paar zeer duur belichte filmrollen. Echter niets is moeilijker dan succesvolle publiekfilms maken.”

“Ik wilde toen, en nu nog steeds, films maken voor een groot publiek.”

Andere content