Vrouwen in film

Column van Henry de Hoon.

Vanaf het eerste begin, nog voor de komst van geluidfilms, hadden vrouwen een rol in de filmwereld. Vaak maakten ze deel uit van pioniersgroepjes van acteurs en filmmakers. Mary Pickford begon als kind-ster, waar ze haar bijnaam ‘America’s Sweetheart’ aan te danken had. Ze was ambitieus en leergierig en werkte zich op van actrice tot filmmaker. Ze werd in 1911 als eerste actrice bij naam genoemd in de aftiteling, een eer die tot dan toe alleen aan (mannelijke) regisseurs was voorbehouden. Een van haar successen was de film Poor Little Rich Girl (1917) die ze samen met Francis Marion maakte. Ze speelde ook in geluidfilms, maar bereikte daarin nooit meer het succes dat ze in de stomme films had. Uiteindelijk kreeg ze een eigen filmstudio, de Mary Pickford Corporation. Ze bleef ook na haar pensionering als filmmaker films produceren en richtte United Artists op. Ze werkte ook samen met Charles Chaplin. De vrouwen in de eerste films van Chaplin waren altijd erg jong, onschuldig, maar ook rebels en op zoek naar het geluk, net als de kleine zwerver die Chaplin zelf speelde.

“Dan is er nog de vraag of films door vrouwen geregisseerd zijn, ook andere vrouwelijke personages opleveren.”

Femme Fatale

Met de komst van Greta Garbo en Marlène Dietrich ontstond er, nog steeds in de periode van de stomme film, een nieuw vrouwbeeld, de zogenaamde femme fatale. Geheimzinnige, nogal gevaarlijke vrouwen die mannen het hoofd op hol brachten en naar hun ondergang voerden. Garbo was helemaal niet blij met die typering en ze begon films te zoeken met een ander imago: die van een alledaagse vrouw. Toen ze aan de eerste geluidfilms meedeed, waren de producenten bang dat haar lage stem het publiek zou afschrikken. Maar het tegendeel was waar. Haar stem verhoogde haar sterstatus.

Niet meer ééndimensionaal

In de jaren zeventig van de vorige eeuw kwamen de eerste ‘sterke vrouwen’ in beeld, zoals Meryl Streep als klokkenluider bij een kerncentrale in Silkwood (1983) of de markante rol van Julia Robberts in Erin Brokovitch (2000) ook al als klokkenluider.

Los van waargebeurde verhalen, komen er ook in fictieve vrouwenrollen na het millennium steeds meer zelfstandige, atypische vrouwenrollen die breken met wat ‘het grote publiek’ verwacht. De personages worden complexer, niet meer de oude stereotypen. Was de moordlustige vrouw uit Fatal Attraction (1987) nog behoorlijk ééndimensionaal, het losgeslagen duo Thelma & Louise (1991) die het criminele pad opgedreven werden door seksueel geweld, kunnen meer op onze sympathie rekenen omdat wij worden meegenomen in hun beweegredenen en emoties.

Vrouwelijke regisseurs

Dan is er nog de vraag of films door vrouwen geregisseerd zijn, ook andere vrouwelijke personages opleveren. Aan Leni Reifenstahl de dubieuze eer een van de eerste grote vrouwelijke regisseurs en filmakers te zijn. Haar Nazi-propagandafilm Triumph des Willens (1935) mag dan film technisch van hoog niveau zijn, maar roept bepaald geen vrouwvriendelijk of gevarieerd beeld van de vrouw op. Haar filmstijl van de Olympische Spelen in Berlijn (1936) wordt nu nog toegepast op de huidige manier van in beeld brengen van sportevenementen. Zij was de eerste die beweging op een vooruitstrevende manier in beeld bracht. Vóór haar waren ook al enkele vrouwelijke regisseurs actief, maar vooral vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw is het aantal vrouwelijke regisseurs explosief gestegen. Ze maken veelal films over vrouwen die het moeilijk hebben in het leven, zoals Wanda (1970) van Barbara Loden of Girlfriends (1978) van Claudia Weil. Maar ook het thrillergenre is favoriet bij vrouwelijke regisseurs, zoals Satan was a lady door Doris Wishman, waarbij de vrouwelijke hoofdrol niet afwijkt van de gemiddelde horrorfilm. Vrouwelijke regisseurs gaan in de jaren zeventig mee met de algemeen heersende opvattingen over het genre.

Eigen stijl

Films, geregisseerd door vrouwelijke regisseurs, die zich ook onderscheiden door een eigen stijl, zijn bijvoorbeeld de films van Sophia Coppola en Jane Campion.

Campions Portrait of a lady, naar een negentiende-eeuwse roman van Henry James, valt meteen op door een geheel van de film losstaande intro, waar moderne vrouwen geportretteerd worden in sfeervolle beelden, voorafgegaan door gesproken tekst over de betekenis van de kus, door hedendaagse vrouwen.

Een subtiel cameo dat een kunstwerkje op zich is en de toon zet voor wat er gaat komen. De boodschap lijkt: zo vrij en zelfbewust als deze vrouwen zijn, is de vrouw uit het verhaal (gespeeld door Nicole Kidman) dat nu volgt niet. Deze vrijheden zijn bevochten.

Coppola was de eerste vrouwelijke regisseur die in 2004 voor een Oscar werd genomineerd als regisseur met haar film Lost in Translation. Haar vrouwen verschillen ogenschijnlijk niet veel van de films van mannelijke collega’s, al menen sommigen dat de ongrijpbaarheid van de thema’s en het ontbreken van expliciete seksscenes een typisch vrouwelijke visie is. Het zou gebaseerd zijn op haar eigen ervaringen. Maar over ‘vrouwenzaken’ gaat de film niet. Je zou kunnen zeggen dat Campion zich vooral richt op de vorm. En waarom ook niet. Een vrouwelijke regisseur is immers niet verplicht zich op vrouwenzaken te richten.

Over de auteur

Henry de Hoon

Henry de Hoon (1959) studeerde af aan het conservatorium te Maastricht als pianist. Hij werkt bij het Arcus College in Heerlen. Als schrijver maakte hij naam met de op de regio geënte thriller-reeks rond inspecteur Vriens (Drielandenmoord, Moorddate en Moord op recept). Ook is hij bij L1 te horen als radio-columnist.

Andere content